- A
-
Abrasie
Wanneer er veel kracht op de tanden en kiezen wordt uitgeoefend tijdens het poetsen, kan het glazuur beschadigen en verdwijnen. Dit wordt abrasie genoemd. Vaak wordt abrasie waargenomen net boven de grens tussen het tandvlees en de tand. Omdat abrasie meestal door de tandenborstel veroorzaakt wordt, zie met de abrasie dan ook vaak op plekken waar de tandenborstel makkelijk bij kan.ACT
Mensen die (tijdelijk) extra fluoride nodig hebben, kunnen een fluoridemondspoeling gebruiken. Dit vormt een goede aanvulling op de normale, dagelijkse gebitsverzorging. Bijvoorbeeld als er veel gaatjes zijn of als de worteloppervlakken bloot liggen. Bij dit laatste bestaat het risico op wortelcariës.
Mondspoelmiddelen kunnen geen tandplak verwijderen.Afgebroken tand
Tand eruit. Wat nu? Zoek de tand - pak de tand bij de kroon vast - Spoel de tand af met melk of lik eraan - Plaats de tand terug - Hou de tand vast - Ga zo snel mogelijk naar de tandarts.
Aften
Aften zijn blaasjes of zweertjes in de mond met een doorsnede van drie tot vier millimeter. Het zijn grijswitte of dikke gele plekjes met een rode ontstoken rand. Aften verschijnen aan de binnenkant van de lippen, wangen of onder de tong. Ze bezorgen een stekende pijn tijdens het eten van zuur of heet voedsel. Sommige mensen voelen een afte van te voren aankomen. Ze herkennen het pijnlijke gevoel wat erbij hoort. Soms is ook het mondslijmvlies rood.
Alveolitis
of alveolitis sicca dolorosa is in de tandheelkunde de ontsteking van de alveole na het trekken van een tand of kies.
Amalgaam
Amalgaam is een betrouwbaar restauratiemateriaal in de tandheelkunde. Dit is het standpunt van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde. Tandkliniek Tiktak maakt geen gebruik meer van amalgaam.
Angst - Bang bij de tandarts
Bang zijn bij de tandarts is niet ongewoon. Ongeveer tachtig procent van de mensen is min of meer angstig bij de tandarts, vijf tot zeven procent is heel erg bang. Mensen die heel bang zijn durven soms helemaal niet meer naar de tandarts te gaan. Omdat ze vaak lang niet zijn gegaan, zijn ze nóg banger om weer wel te gaan: misschien hebben ze in de tussentijd wel gaatjes gekregen of hebben ze zelfs al pijn!
Antibiotica en het gebit
Antibiotica zijn geneesmiddelen bij ontstekingen. Zij worden door een (tand)arts voorgeschreven. Sommige antibiotica kunnen verkleuringen van de tanden en kiezen veroorzaken. Dit gebeurt als ze tijdens de ontwikkeling van het blijvend gebit worden ingenomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het veel gebruikte middel tetracycline. Suikerhoudende antibiotica kunnen tandcariës veroorzaken. Vraag daarom de arts zoveel mogelijk medicijnen voor te schrijven zonder suiker, of neem de medicijnen in vóór, tijdens of na het eten of vlak voor het tandenpoetsen. Als u of uw kind ’s nachts medicijnen moeten innemen, drink dan daarna wat water of spoel even de mond.
Antrumperforatie
Dit is een complicatie die kan ontstaan bij het trekken van (meestal) een kies in de bovenkaak. Het is een opening tussen mond- en keelholte, ontstaan na het trekken . Dit kan gebeuren indien de wortels erg lang zijn of de neusbijholte groter dan gewoonlijk.
Apexresectie
Een apexresectie (apex = punt) of wortelpuntoperatie is een chirurgische procedure in de tandheelkunde waarbij de punt van de wortel en een beetje van het omliggend weefsel wordt weggenomen en waarbij vanaf de punt van de wortel (retrograad ) het wortelkanaal hermetisch wordt afgesloten. Hiervoor moet er voordien minstens eenmaal een wortelkanaalbehandeling gebeurd zijn. Soms (steeds minder en minder) wordt de wortelkanaalbehandeling gelijktijdig met de apexresectie gedaan. Dit noemt men orthograde vulling.
Appel
Een appel of ander (vers) fruit is een verstandig tussendoortje, ook al zit er suiker in. Fruit is niet kleverig en wordt meestal in één keer achter elkaar opgegeten. Bovendien is fruit gezond.
Attritie
Wanneer de tanden bij eten of knarsen over elkaar heen schuiven, zal slijtage van het glazuur optreden. Dit wordt attritie genoemd.
- B
- Bijwerkingen van fluoride - Heeft fluoride bijwerkingen?
Internationaal wordt fluoride sterk aanbevolen om tandcariës te voorkomen. In de aanbevolen dosering treden geen bijwerkingen op.
Bleken
Mooie witte tanden zijn populair en het aanbod om ze te krijgen is enorm. Tanden wit maken met behulp van bleekbehandelingen kan in veel gevallen, maar niet altijd. Onveilige bleekprocessen kunnen schade aanbrengen aan uw gebit en mond. Overweegt u een bleekbehandeling? Kies dan voor een veilige en verantwoorde manier.
Bleken van binnenuit bij ‘dode’ tanden
Eerst maakt de tandarts de tand open. In de verkleurde dode tand brengt de tandarts een papje aan met een blekend middel. Dit papje heeft enkele dagen een blekende werking. Afhankelijk van het behaalde resultaat herhaalt de tandarts de behandeling één of verschillende keren. Uiteindelijk sluit hij de tand af met een definitieve vulling.
Bleken van buitenaf bij ‘levende’ tanden
Thuisbleken onder begeleiding van de tandarts of monghygiënist
Egale, niet te ernstige verkleuringen kunnen van buitenaf worden gebleekt. Dat gebeurt met behulp van een bleeklepel. Eerst maakt uw tandarts of mondhygiënist een afdruk van uw gebit.
Hierop maakt de tandtechnicus in het tandtechnisch laboratorium een bleeklepel. Deze wordt gemaakt van een zachte kunststof, specifiek voor uw gebit. Dat is belangrijk, want dan past de lepel goed en wordt uw tandvlees goed beschermd tegen de blekende stof (peroxide). U krijgt de bleeklepel en de gel met de blekende werking mee naar huis. Daarom wordt dit ook wel ‘thuisbleken’ genoemd. Uw tandarts geeft aan hoe lang u de bleeklepel met de gel moet dragen voor het gewenste resultaat. Meestal zult u de bleeklepel ’s nachts dragen. Afhankelijk van de verkleuring ziet u na enkele dagen of weken resultaat. Tijdens het bleken, kunnen uw tanden en tandvlees tijdelijk gevoelig worden. Raadpleeg uw tandarts als deze klacht optreedt.Bleken in de tandartspraktijk
Bleken in de tandartspraktijk gebeurt vaak bij lokale verkleuringen. De tandarts gebruikt in zijn praktijk aanzienlijk hogere concentraties peroxide dan bij de thuisbleekmethode. Vaak gebruikt hij een bleeklamp of soms een laser, waardoor het bleekproces sneller gaat. Het voordeel van deze techniek is de snelheid waarmee het gaat. De hogere kosten zijn vooral een nadeel. Bovendien geeft deze methode vaker gevoeligheid van tanden en tandvlees.
De hoge concentraties peroxide tasten de slijmvliezen (het tandvlees en wangen) aan. Daarom worden het tandvlees en de wangen bij deze methode goed beschermd. Nadat de tandvleesbescherming is verwijderd, blijkt soms toch lekkage te hebben plaatsgevonden. Hierdoor ontstaan witte ‘brand’plekken op het tandvlees, tong of lippen. Deze verdwijnen vanzelf binnen enkele uren. De aantasting van het glazuur is minimaal en vergelijkbaar met de effecten van de thuisbleekmethode.
Bonding
een tandheelkundig proces waarbij de tand of kies wordt voorbereid op het plaatsen van een (plastische) restauratie of in de volksmond een witte vulling. Na het weghalen van cariës wordt de caviteit, het 'gaatje', voorbereid op het aanbrengen van de bonding.
De oppervlaktes moeten schoon zijn, dus vrij van bloed en geïnfecteerd dentine.
Het te behandelen oppervlak moet bij de meeste bonding systemen droog worden gehouden, maar ook niet té droog.Bloed en speeksel zijn funest voor een goede hechting, omdat eiwitten een goede penetratie van de kunststof hars belemmeren.
Beugel
Je krijgt een beugel als je tanden naar voren staan. Of als je tanden en kiezen niet goed op elkaar passen. De beugel zorgt er voor dat je tanden en kiezen rechter komen te staan.
Brug
Een brug wordt gemaakt ter vervanging van één of meer ontbrekende tanden en/of kiezen. Een brug zit vast aan twee of meer pijlers. Dat zijn afgeslepen tanden of kiezen aan weerszijden van de open ruimte van de ontbrekende tand of kies. Een brug bestaat uit twee of meer kronen die op pijlers passen en een brugtussendeel, ook wel ‘dummy’ genoemd. Deze bestaat uit één of meer kunsttanden en/of kiezen die op de plaats van de open ruimte komen.
Bruxisme
De medische term voor tandenknarsen en kaakklemmen, die veelal een grote slijtage en soms ook kaakgewrichtsklachten tot gevolg hebben.
Burning mouth syndrome
Mondbranden, ook wel tongbranden of glossodynie genoemd
- C
- Caviteit
"Gaatje". Een holte in een tand of kies, ontstaan op basis van tandbederf. Na schoonmaken kan een dergelijke holte worden opgevuld met een vulmateriaal: composiet worden hiervoor het meest gebruikt.
Caries
Langzaam voortschrijdende aantasting van het glazuur van het tandbeen
Candida
De wetenschappelijke naam voor een veelvoorkomende mondschimmel.
Chloorhexidine
een antisepticum met twee chloorbenzeengroepen en twee biguanidinegroepen.
De stof heeft bacteriedodende eigenschappen en wordt om die reden (in een concentratie van 0,5 - 1%) toegepast in mondspoelmiddelen om cariës en wondinfecties tegen te gaan. In het algemeen wordt chloorhexidine gebruikt bij het tegengaan van infecties van oppervlakkige wonden. Chloorhexidine hecht zich aan de huid en blijft daar tot 6 uur chemisch actief.
Composiet
Vulmateriaal op basis van kunststof. Wordt gebruikt voor witte vullingen.
Conserverende tandheelkunde
Conserverende tandheelkunde is tandheelkunde toegepast op een zo conserverend mogelijke behandeling van tanddefecten, die al dan niet bijgeboord worden tot een optimale vulvorm, caviteit genaamd. Dit is het bekende gaatjes vullen, zoals het in de volksmond wordt genoemd.
- D
- Dentine
Dentine of tandbeen is een gecalcificeerd weefsel waaruit tanden zijn opgebouwd. Het betreft hier de binnenste en grootste laag direct over de pulpa en (op de kroon) onder het glazuur.
Diasteem
Een diasteem (gr: afstand) of ook in de volksmond 'spleetje' genoemd, is in de tandheelkunde een open ruimte in de tandenrij. Ook dieren zoals paarden en koeien hebben tussen hun snijtanden en hun kiezen een fiks diasteem, net zoals veel knaagdieren zoals b.v. cavia's. Het tegengestelde van diastemen noemt crowding. Hierbij zien we overlappingen en scheefstand van tanden.
Dummy
Brugtussendeel, ter vervanging van een verloren gebitselement.
- E
- Endodontologie
Endodontologie is een tandheelkundig specialisme m.b.t. de behandeling van de weke kern van een tand of kies dat tandmerg of tandpulpa wordt genoemd. Deze weke kern wordt ook endodontium genoemd. Het endodontium vormt een continuüm met het parodontium (vasthechtingszone rondom de wortel). De zones rondom de wortel (radix) die in contact staan met het endodontium worden meta-endodontium of de periradiculaire zone genoemd. Meer algemeen kan men de endodontologie dus beschrijven als dat onderdeel van de tandheelkunde dat zich bezighoudt met de bouw en functie van het endodontium en meta-endodontium, en met de etiologie, epidemiologie, pathologie, preventie en behandeling van de aandoeningen van het endodontium en de daarmee verband houdende aandoeningen van de (periradiculaire) weefsels die het gebitselement omgeven. Het doel is tevens het realiseren van behoud van de betrokken tand of kies en de preventie van de gevolgen die pulpa-aandoeningen en pulpanecrose hebben voor de algemene gezondheid van het individu.
Erosie
We spreken van tanderosie wanneer tandglazuur of blootliggende tandwortel wordt opgelost door een zuur dat niet afkomstig is van de mondbacteriën. Wordt tanderosie niet bestreden, dan kan het tandglazuur uiteindelijk geheel verdwijnen. Vervolgens kan het blootliggende tandbeen eveneens oplossen. Aangezien tandmineraal overwegend bestaat uit calciumfosfaat, kan het volledig oplossen in elk willekeurig zuur.
Tanderosie wordt meestal veroorzaakt door zuren afkomstig uit zure dranken en zure levensmiddelen. Maar ook maagzuur kan de boosdoener zijn, in de mond komend via oprispingen of overgeven (zoals bij anorexia nervosa, boulimia nervosa en alcoholisme). Ons speeksel biedt een natuurlijke bescherming tegen tanderosie. De buffercapaciteit zorgt ervoor dat zuren worden geneutraliseerd. Bovendien vormen speekseleiwitten een neerslag op de tanden, dat op zijn beurt het tandmateriaal beschermt tegen aantasting. Deze beschermlaag, de zogenaamde pellicle, wordt echter gedeeltelijk verwijderd bij het tandenpoetsen. Het proces van tanderosie zal vooral plaatsvinden op schone tandoppervlakken, dus bij een goede mondhygiëne. Daarentegen is die goede mondhygiëne juist weer een voorwaarde om tandcariës te bestrijden! Wanneer wij direct na het nuttigen van zuur de tanden poetsen, slijt het geruwde tandoppervlak sneller weg.
Zowel bij tanderosie als bij tandcariës wordt het tandglazuur ontkalkt. we moeten een goed onderscheid maken tussen tanderosie en tandcariës. Indien een tandoppervlak niet goed is schoongemaakt, vormen de achtergebleven bacteriën een zuur uit suiker en andere koolhydraten. Dit zuur (veelal melkzuur) wordt uitgescheiden op het tandoppervlak, waardoor de gevreesde tandcariës ontstaat. Tanderosie vindt vooral plaats bij een goede mondhygiëne.Etsbrug
Voor een etsbrug hoeft er nauwelijks iets van de gave tanden te worden afgeslepen. Een etsbrug is aan te bevelen wanneer de tanden of kiezen aan weerszijden van de open ruimte nog goed zijn. De etsbrug wordt vooral gebruikt ter vervanging van een of twee tanden. De brug wordt door middel van metalen bevestigingsplaatjes met een speciale lijm aan de binnenzijde tegen de tanden geplakt. Na het vastlijmen van de brug zijn de bevestigingsplaatjes niet zichtbaar. Een etsbrug kan ook functioneren als een tijdelijke voorziening, bijvoorbeeld als het de bedoeling is om later implantaten aan te brengen. Een groot voordeel van een etsbrug is dat hij altijd, zonder schade aan te richten, kan worden verwijderd.Etsbrug
Voor een etsbrug hoeft er nauwelijks iets van de gave tanden te worden afgeslepen. Een etsbrug is aan te bevelen wanneer de tanden of kiezen aan weerszijden van de open ruimte nog goed zijn. De etsbrug wordt vooral gebruikt ter vervanging van een of twee tanden. De brug wordt door middel van metalen bevestigingsplaatjes met een speciale lijm aan de binnenzijde tegen de tanden geplakt. Na het vastlijmen van de brug zijn de bevestigingsplaatjes niet zichtbaar. Een etsbrug kan ook functioneren als een tijdelijke voorziening, bijvoorbeeld als het de bedoeling is om later implantaten aan te brengen. Een groot voordeel van een etsbrug is dat hij altijd, zonder schade aan te richten, kan worden verwijderd.Etsen
Voorbehandeling vóór een witte vulling inclusief polijsten van de vulling.
Extractie
Extractie is het verwijderen van een element (tand of kies). Het verwijderen van tanden en kiezen werd reeds in de Klassieke Oudheid beschreven. Door de eeuwen heen is het verwijderen van tanden en kiezen de meest gebruikte behandeling geweest in de tandheelkunde. Tegenwoordig worden de tanden en kiezen vaak zo lang mogelijk behouden en wordt er steeds minder vaak besloten om een tand of kies te verwijderen.
- F
- Facings - Wat is een facing?
U wilt mooie witte tanden? Of wilt u verlost worden van een spleetje tussen uw tanden? Of wilt u een afgebroken tand laten repareren? Met behulp van een zogenoemde facing kan de tandarts het uiterlijk van uw gebit verfraaien.
Een facing is een laagje tandkleurig vulmateriaal van composiet of een schildje van porselein. De tandarts plakt het vulmateriaal op de tand. Zo kan hij de vorm of de kleur van een tand veranderen. Ook kan hij spleetjes tussen tanden opvullen, afgebroken hoekjes repareren, gele of bruine tanden weer wit maken en scheve tanden maskeren.Fluoride-basisadvies
0 en 1 jaar
Vanaf het doorbreken van de eerste tandjes: eenmaal per dag poetsen met fluoride-peutertandpasta.2, 3 en 4 jaar
Tweemaal per dag poetsen met fluoride-peutertandpasta.5 jaar en ouder
Tweemaal per dag poetsen met fluoridetandpasta voor volwassenen. In de handel zijn ook tubes verkrijgbaar waarop staat ´juniortandpasta´. Kijk dan altijd naar de leeftijd die hierbij wordt aangegeven (bijvoorbeeld 5-12 jaar). Als u twijfelt, raadpleeg dan uw tandarts of mondhygiënist.Fluorose
Fluorose is een stoornis in de ontwikkeling van het glazuur van tanden en kiezen ten gevolge van een teveel aan fluoride. Het is zichtbaar door witte vlekken op het glazuur. Het kan ontstaan doordat een kind gedurende langere tijd steeds een iets te hoge dosis fluoride krijgt gedurende de vorming van het glazuur. Vroeger kwam fluorose meer voor dan nu, omdat er toen vaker fluoridetabletjes werden voorgeschreven of geadviseerd. Fluorose is niet schadelijk.
Flesje. Waarom kan mijn kind beter een beker gebruiken in plaats van een flesje?
Vaak sabbelen aan een zuigflesje of anti-lekbeker met bijvoorbeeld vruchtensap, siroop, drinkyoghurt en andere melkproducten kan het gebit aantasten. Omdat het gebit langdurig met suikers in aanraking komt, is er een grote kans op het ontstaan van zogenoemde zuigflescariës. De kans hierop is kleiner als kinderen hun zoete drankjes in één keer opdrinken. Laat daarom uw kind vanaf negen maanden uit een beker zonder tuit drinken in plaats vanuit een zuigflesje of anti-lekbeker. Gebruik een tuitbeker eventueel eerst als tussenstap. 's Avonds en 's nachts is het drinken uit een zuigflesje met zoete inhoud extra schadelijk. 's Nachts kan het speeksel de zuuraanvallen op het gebit vrijwel niet herstellen. Het (’s nachts) drinken van water uit een zuigflesje is overigens niet schadelijk.Flossdraad -
Flossdraad
Met een goede mondhygiëne houdt u tanden, kiezen en tandvlees gezond. Twee keer per dag twee minuten tandenpoetsen met fluoridetandpasta vormt hiervoor de basis. Met een tandenborstel alleen kunt u de ruimte tussen uw tanden en kiezen niet altijd goed schoonmaken. Daarvoor kunt u bijvoorbeeld flossdraad gebruiken.
Frameprothese
De frameprothese is gemaakt van metaal. Op het metaal is een tandvleeskleurige kunsthars aangebracht. Daarop zitten de kunsttanden of -kiezen. De frameprothese rust vooral op een deel van de overgebleven tanden of kiezen. Afhankelijk van het ontwerp rust de frameprothese ook meer of minder op het slijmvlies. De tandarts kan de frameprothese op twee manieren bevestigen. Of met metalen ankertjes die om enkele tanden of kiezen klemmen of met een soort slotje. Bij een slotje wordt de ene kant vastgemaakt aan een kroon, tand of kies en de andere kant zit vast aan de frameprothese. De frameprothese kunt u op die manier in het slotje schuiven. Het slotje zit doorgaans aan de binnenkant van de tanden en kiezen en is dus niet vanaf de buitenkant zichtbaar. Ankertjes zijn vaak wel enigszins zichtbaar.
Frisdrank - Boosdoeners van tanderosie
Frisdrank en vruchtensap
Frisdranken (ook de light varianten!) krijgen hun frisse smaak door het toegevoegde fosforzuur (bijvoorbeeld in cola), citroen- of appelzuur (in allerlei fris- en sportdranken). De zure smaak merkt uw kind niet op door de toegevoegde suiker of zoetstof. Suiker onderdrukt de zure smaak wel, maar neutraliseert het zuur niet. Wist u dat vruchtensappen (bijvoorbeeld appel- en sinaasappelsap) nóg zuurder zijn? Die zijn dus nóg slechter voor het kindergebit. Bedenk dat bijna alle dranken zuur zijn. Water, gewone thee (zonder suiker) en melk zijn uitzonderingen.Voeding
Alle zure voedingsmiddelen, hoe gezond ook, kunnen schadelijk zijn voor het kindergebit. Vooral voor zuur fruit moet u oppassen. Denk aan citrusvruchten, bramen en bessen, appels, druiven en kiwi’s, maar ook aan de producten daarvan (appelstroop, jam, vruchtensap). Ook aangezuurd snoep kan schade aanrichten. Denk aan drop, zure matten, winegums, fruittoffees en lolly’s. Verder zijn candysprays en gels extreem zuur. Hiervan worden steeds kleine beetjes in de mond of op de tong aangebracht, waardoor de tanden steeds opnieuw zuur te verwerken krijgen. Lolly’s en ander sabbelsnoep zijn extra schadelijk omdat de zuren lang in de mond blijven. Alle levensmiddelen die zijn aangezuurd met bijvoorbeeld azijn- of citroenzuur, zoals slasaus of mayonaise, veroorzaken bij veelvuldig gebruik tanderosie. Veel kinderen zuigen op vitamine-C tabletten in plaats van ze direct door te slikken. Dat kan funest zijn voor de tanden. Vitamine-C producten zijn van zichzelf al licht zuur en bovendien zijn ze nog eens op smaak gebracht door toevoegingen van een zoetstof en citroenzuur.Frisse adem - Tips voor een frisse adem
Een goede verzorging van uw gebit, tandvlees en tong is belangrijk om een slechte adem te voorkomen of te bestrijden.
Poets uw tanden tweemaal per dag met fluoridetandpasta.
Reinig ook de ruimten tussen uw tanden en kiezen eenmaal per dag met flossdraad, tandenstokers of ragers.
Gebruik tweemaal per dag een tongschraper als u veel tongbeslag heeft.
Ga ook regelmatig voor controle naar uw tandarts of mondhygiënist. Die zal, als dat nodig is, uw gebit grondig reinigen. - G
- Gebitsstatus
De gebitsstatus is een schematische weergave van alle tanden en kiezen (de elementen). Het kan de weergave van het melkdentitie zijn of van een volwassen dentitie. Elk element wordt weergegeven door een vierkantje, verdeeld in hokjes overeenkomstig de 5 vlakken van dat element, namelijk de tandvlakken.
Gerodontologie
Gerodontologie is een tandheelkundige differentiatie dat de verbinding legt met gerontologie. Gerodontologie houdt zich bezig met de specifieke gebitsproblemen van (oudere) verpleeghuispatiënten. Gerodontologie is een relatief nieuw vak; pas rond 1980 komt er enige aandacht voor de tandheelkundige problemen van hoogbejaarden en dementen.
Gingivectomie
Gingivectomie is het chirurgisch verwijderen (=ectomie) van tandvlees (=gingiva).
Gingivectomie kan worden uitgevoerd met behulp van een mes of een elektrotoom. Dit laatste instrument wordt gebruikt voor de zogenaamde elektro-chirurgie. Het voordeel boven de gebruikelijke gingivectomie is dat de hoge spanning ook direct coagulatie teweeg brengt en zodoende is er minder bloeding.Glasionomeercement
Glasionomeercement is een tandheelkundig cement.
Glazuur
Het tandglazuur, soms tandemail of adamantine genoemd, is de buitenste laag van de tandkroon die rond de dentine gelegen is. Glazuur is bij mens en dier gelijk.
- H
- Haartong
of hairy tongue of lingua villosa is een verandering van de kleur en het oppervlak van de tongrug.
Vooral bij oudere mensen, maar ook op jongere leeftijd, kan de tongrug van kleur veranderen. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt doordat de tongpapillen minder afschilferen. De papillen kunnen draadvormig worden, zodat de tong behaard kan lijken. De aandoening is onschuldig, en geeft geen pijnklachten.
De oorzaak is niet geheel bekend. Bij sommigen is er een relatie met roken en het gebruik van koffie. Er groeien meer en ook andere bacteriën en gisten op de tong dan normaal, maar dit is waarschijnlijk het gevolg van de aandoening. Het helpt niet om de bacteriën te bestrijden. De aandoening kan behandeld worden door enkele keren per dag de tong te schrapen of te poetsen.
Hoektand
De hoektand of cuspidaat is het deel van het dierlijke gebit dat grip op het voedsel geeft en ook als wapen kan worden gebruikt. De tand is daarom puntig van vorm, en bij veel soorten de grootste tand in het gebit. Mensen hebben (net als veel andere diersoorten) vier hoektanden, twee in de bovenste kaak en twee in de onderste kaak.
Hypercementose
Hypercementose is een reactieve hyperplasie van het cementum van de tandwortel. Het cementum of cement is de buitenste laag van de tandwortel. De hypercementose is radiopaak en dus zichtbaar op een röntgenfoto. Door deze overtollige cementafzetting zal er een verdikking van de tandwortel ontstaan, en kan de wortel een omgekeerde trommelstokvorm aannemen wat de extractie (het trekken) de tand erg kan bemoeilijken. De oorzaak van de hypercementose is zelden bekend, maar kan gezien worden als een reactie op een uitwendige prikkel (een slag, overdruk, ontzenuwing…).
Hyperdontie
Bij hyperdontie, in tegengestelling tot hypodontie, heeft men een of meer tanden te veel. Meestal zien we dit bij de laterale snijtand of bij de wijsheidstanden.
Hypodontie
Hypodontie is het congenitaal (aangeboren) ontbreken van tanden. Mensen met hypodontie hebben niet de gebruikelijke 32 tanden maar minder.
- I
- Implantaat
Een implantaat in de tandheelkunde is een kunstmatige vervanging van een tandwortel. Op de plaats waar een tand dient getrokken te worden, kan men meestal ter vervanging een implantaat met kroon plaatsen. Dit is meestal een schroefvormige titaniumstructuur, al dan niet bedekt met een speciale coating. Elk merk implantaat heeft zijn specifieke vorm van implanteren.
Men gebruikt soms in de orthodontie ook mini-implantaten. Deze zijn verankerd in het bot. Men kan hierop krachten uitoefenen om tanden te doen verplaatsen.
Implantologie
Implantologie is het snelstgroeiende onderdeel van de tandheelkunde en heeft tot doel een of meerdere tanden te vervangen door tandheelkundige implantaten. Implantaten zijn kunstmatige wortels, meestal vervaardigd uit Titanium, die in het bot geplaatst worden.
Inlay
In tandheelkunde staat inlay of onlay (inlegvulling) voor een vulling bestaande uit een solide materiaal zoals goud, keramiek, galvanisch keramiek (een combinatie van goud en keramiek), titaan, of porselein dat zodanig gevormd is dat het past in een uitsparing in de tand. De inlay wordt aangebracht door middel van een composietlijm ook wel cement genoemd.
De techniek wordt toegepast om schade aan een tand of kies, bijvoorbeeld door cariës, te herstellen.
Internationale tandnummering
De internationale tandnummering is een ISO 3950-systeem dat aan elke tand en kies in de mond van een mens een nummer toekent dat uit twee cijfers bestaat. De mond wordt in vier mondkwadranten verdeeld die de tientallen gaan vormen. De eenheden bepalen over welke tand het in het desbetreffend kwadrant gaat (nummering gaat van het midden naar achteren). Bij het voorstellen in schema's worden de tanden voorgesteld zoals de patiënt zijn gebit aan de tandarts toont.
- J
- Jacketkroon
Een kroon van porselein; kwetsbaar en niet meer zo vaak gemaakt.
- K
- Kaakontsteking
Een kaakontsteking of kaakabces is een ontsteking in de kaak. Ze gaat meestal uit van een ontsteking aan de wortelpunt van een tand of kies, waarvan de pulpa is afgestorven. Als behandeling wordt extractie van de tand of kies of behandeling van het wortelkanaal toegepast.Kiespijn pijn in tanden of kiezen, is vaak het gevolg van pulpitis. Als de tandpulpa ontstoken raakt - wat pulpitis genoemd wordt - kan er hevige pijn ontstaan.
Kaasmolaar
Een Kaasmolaar, met wetenschappelijke term Gehypomineraliseerde eerste molaar genoemd (en: Hypomineralised first molar), is een afwijking van het tandglazuur. Dit komt vooral voor op de eerste definitieve molaar.
Kaasmolaren kunnen herkend worden doordat deze tanden er mat-opaak, wit-gelig uitzien. Deze defecten kunnen voorkomen in vlekken of over de hele tand. Zulke plaatsen zijn zeer poreus (vandaar de naam kaasmolaren) en uiterst gevoelig voor gaatjes. Dit uitzicht en deze cariësgevoeligheid komt door een fout in samenstelling van het glazuur van de tand. Volgens studies komen kaasmolaren voor bij 10-20 % van de kinderen. Nederlands onderzoek wees uit dat in de helft van de gevallen ook de centrale snijtanden aangetast zijn.
Keratocyste
Een keratocyste is een holte in het kaakbeen, voornamelijk de onderkaak en dan nog vaak achteraan gesitueerd.
Deze holte is een cyste, dat wil zeggen, dat zij begrensd is met epitheel. Dit epitheel is verhoornd (zowel parakeratose waarbij de hoorncellen of keratocyten kernen bevatten als orthokeratose waarbij ze geen kernen bevatten). Vandaar de naam keratocyste.
De inhoud van de cyste varieert van een gele vloeistof tot een taai slijm, maar bevat meestal een hypertoon milieu, vaak met cholesterolkristallen, die aan de cysteinhoud een glinsterend aspect geven. Bij het openen van de cyste komt er een kaasachtige geur vrij. Dit wordt veroorzaakt door afgeschilferd epitheel.
De cyste kan uit één of meerdere lobbes bestaan. In het laatste geval is het een extreem agressieve cyste, die vaak na chirurgische behandeling een recidief vertoont, omdat uit kleine dochtercystes een recidief kan ontstaan.
De therapie bestaat er in om de cyste chirurgisch te verwijderen (enucleatie), waarbij de cystebalg helemaal wordt weggenomen. Marsupialisatie (het verbinden van de cysteholte met de buitenwereld om zo genezing te veroorzaken) is minder aangewezen.
De keratocyste komt voor bij het basaalcelnaevussyndroom = syndroom van Gorlin(-Goltz).
Kunstmatige kroon
Naast een natuurlijke kroon kan er ook sprake zijn van een kunstmatige kroon. Dit is een kapje van een keramiek en/of metaal dat precies past over een afgeslepen tand of kies en daaraan wordt vastgelijmd. Een kunstmatige kroon wordt gebruikt als er onvoldoende houvast is voor een vulling door tandbederf van een groot deel van de tand of kies. Verder kunnen er cosmetische motieven zijn; hierbij gaat het meestal om slecht gevormde of verkleurde tanden of kiezen voor in de mond.
Kies
Een kies is een vrij grote tand die achterin de mond staat. Kiezen vermalen het voedsel met een roterende beweging. Om deze functie te vervullen hebben ze in mesiodistale (voorachterwaartse) richting een dubbele knobbelstructuur.
Kiespijn
Kiespijn, pijn in tanden of kiezen, is vaak het gevolg van pulpitis. Als de tandpulpa ontstoken raakt - wat pulpitis genoemd wordt - kan er hevige pijn ontstaan.
Kroon
De kroon is het zichtbare bovenste deel van de tand of kies; dit deel is veel kleiner dan het andere, niet zichtbare deel, de wortel.
De buitenkant van de kroon bestaat uit een heel harde stof: glazuur. De rest van een kies of een tand bestaat uit tandbeen. Tandbeen is minder hard dan glazuur. Binnenin lopen bloedvaten en zenuwen.
- L
- Laterale melksnijtand
Er zitten vier laterale melksnijtanden in een menselijk melkgebit, één in ieder kwadrant (zie afbeelding). Deze tanden lijken qua kenmerken en functie sterk op de centrale melksnijtanden en de snijtanden in het algemeen. Snijtanden dienen om voedsel af te "snijden", en lopen daarom uit in een relatief scherpe rand.
Linea alba
de Linea alba is een witte lijn op de mondslijmvliezen van de wangen ter hoogte van het kauwvlak van de tanden.
Histologisch is door wrijving een plaats ontstaan met een verhoogde verhoorning, keratose genaamd, op een plaats waar normaal geen verhoorning voorkomt.
Klinisch manifesteert zich dat als een witte lijn, die verder ongevaarlijk is en geen behandeling nodig heeft. - M
- Melkgebit
Het melkgebit van een mens bevat acht melksnijtanden, vier melkhoektanden en acht melkkiezen (melkmolaren). In tegenstelling tot het volwassen gebit, bevat het melkgebit geen voorkiezen (premolaren).
Mondbranden
Pijn of een brandend gevoel van het mondslijmvlies wordt mondbranden genoemd. Wanneer de klachten zich beperken tot de tong wordt dit tongbranden genoemd. Er wordt alleen van mond- en tongbranden gesproken wanneer bij zorgvuldig uitgevoerd mondonderzoek geen slijmvliesafwijkingen zijn geconstateerd, die de klachten zouden kunnen verklaren. Smaakstoornissen, klachten over een onaangename smaak of een droge mond zijn veel bijkomende klachten bij mond- en tongbranden. Mond- en tongbranden komen altijd dubbelzijdig voor. Wanneer de klacht aan één kant van de mond of tong voorkomt, is er geen sprake van mond- of tongbranden.
Mondhygiënist
De mondhygiënist is in Nederland een op HBO-niveau opgeleide paramedicus, werkzaam binnen de mondzorg. De taken die een mondhygiënist uitvoert zijn gericht op de preventie – het voorkomen van tandvleesproblemen en cariës (gaatjes in tanden en kiezen). Daarnaast voert de mondhygiënist ook curatieve taken uit (= gericht op genezing).
Mondkwadrant
Een mondkwadrant is een vierde deel van de mond. Deze indeling wordt gebruikt om aan te duiden waar in de mond een bepaalde tand zich bevindt. Een melkgebit van een mens heeft zo 4x 5 tanden; een volwassen gebit 4x 8 tanden.
Mondwater
Spoelen met een mondspoelmiddel of mondwater is bedoeld als extra aanvulling naast het dagelijkse tandenpoetsen. Het ondersteunt de dagelijkse mondhygiëne. Soms kan het in uiterste nood dienen als tijdelijk vervangingsmiddel.
Er zijn verschillende soorten mondspoelmiddelen. De meeste zijn bij een drogist of supermarkt verkrijgbaar zoals fluoride-mondspoelmiddelen. Sommige zijn alleen bij een apotheek verkrijgbaar op recept, zoals chloorhexidine. Fluoridemondspoelmiddelen bevatten fluoride; een actief bestandsdeel dat het tandglazuur sterker maakt.
MRA
MRA (mandibulaire repositie apparaten) zijn tandheelkundige beugels die gebruikt worden om bij patiënten met snurkproblemen en het obstructieve slaapapneusyndroom (OSAS) de onderkaak en de daarmee verbonden weke delen naar voren te houden. Hierdoor wordt de vernauwde bovenste luchtweg bij deze patiënten verruimd en treedt tijdens de slaap een verbetering van de luchtpassage op. De beugels lijken op de uitneembare beugels die orthodontisten veel bij kinderen gebruiken.
- N
- Nabloeding
Soms bloedt de wond na. Een spoortje bloed vermengd met speeksel is normaal. Stopt het bloeden na ongeveer twee uur niet vanzelf? Leg dan een dubbelgevouwen verbandgaasje of een opgerolde katoenen zakdoek op uw wond. Bijt hier ongeveer een kwartiertje op of druk de plek waar het bloedt stevig dicht met uw duim. Houdt de bloeding niet op? Neem dan contact op met uw tandarts of kaakchirurg.
Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT)
is een beroepsorganisatie van tandartsen en tandartsspecialisten in Nederland.
De NMT is opgericht op 14 februari 1914 en telt momenteel ruim 8000 leden. De vereniging heeft tot doel bij te dragen aan een goede mondgezondheid van alle inwoners van Nederland en om tandartsen en tandartsspecialisten te ondersteunen, zodat zij een goede tandheelkundige zorg kunnen verlenen. De vereniging heeft veertien regionale afdelingen met elk een afdelingsbestuur en centraal een hoofdbestuur en een NMT-bureauorganisatie.
- O
- Occlusie
Onder occlusie wordt in de tandheelkunde elk statisch contact tussen een of meer elementen van de bovenkaak met een of meer elementen van de onderkaak verstaan.
OligodontieOligodontie is het congenitaal ontbreken van meerdere tanden.
In de literatuur is er geen duidelijk verschil tussen de term hypodontie en oligodontie. Dikwijls wordt uitgegaan van de classificatie hypodontie als er minder dan zes blijvende gebitselementen, exclusief de derde molaren, ontbreken. Oligodontie is dan het congenitaal ontbreken van zes of meer blijvende gebitselementen, exclusief de derde molaren. Een extreme en gelukkig zeer zeldzame vorm van oligodontie is anodontie. Hiervan is sprake wanneer er geen enkele definitieve tand is aangelegd.
Oligodontie komt voor bij 8,4 op de 10.000 mensen.Ontwikkeling van het gebit
De mens wordt bijna altijd tandenloos geboren, maar soms heeft een pasgeboren kind toch een tand. Bijna altijd betreft dit een centrale melksnijtand onder, dit wordt dan ook wel een natale tand genoemd. Bij de meeste kinderen komen na enige maanden tot een jaar de eerste tanden door. Meestal komen de centrale onder melksnijtanden als eerste door, gevolgd door de centrale melksnijtanden boven. Deze eerste set tanden, die over de eerste twee levensjaren in het gebit komen, vormen het zogenaamde melkgebit (melkdentitie). De vorming van het melkgebit start reeds rond de 4e maand van de zwangerschap. Normaal gesproken in het 6e tot 12e levensjaar worden deze tanden en kiezen uitgewisseld voor het volwassen gebit, het volwassen gebit dat uit meer en grotere tanden en kiezen bestaat. De vorming van het volwassen gebit gebeurt normaal gesproken in drie fases:
De eerste wisselfase: Deze fase start meestal rond 6 jaar en eindigt rond het 8ste levensjaar. Deze fase begint vaak met het wisselen van de centrale snijtand van de onderkaak of het doorkomen van de 1e grote volwassen kies in de onderkaak. Deze volwassen kiezen wisselen niet, maar groeien achter de achterste melkkies. In de eerste wisselfase komen ook de volwassen kiezen in de bovenkaak door en zullen de 2e snijtanden onder evenals alle snijtanden boven wisselen.
De rustfase of intertransitionele fase: Het gebit van kinderen van 9 en 10 jaar bevindt zich meestal in de rustfase. Tijdens de rustfase wisselen er geen tanden en komen er ook geen kiezen door, vandaar de naam rustfase. Echter gebeurt er in het kaakbot wel veel. Wortels van melkkiezen en de melkhoektanden worden geresorbeerd en de vorming van wortels van volwassen tanden en kiezen is in volle gang.
De tweede wisselfase: De tweede wisselfase start vaak met het wisselen van de hoektanden onder, of de eerste kleine kies onder of boven. Dit gebeurt rond de leeftijd van Tijdens deze fase zullen normaal gesproken alle melktanden en melkkiezen worden vervangen voor volwassen tanden en kiezen. Ook zal tijdens deze fase de 2e grote kiezen doorbreken achter de achterste kiezen. Vaak worden deze kiezen verward met de verstandskiezen. De verstandskiezen zijn, indien gevormd, rond het 15e levensjaar vaak te zien op röntgenfoto's. De verstandskies kan alleen doorbreken als daar ruimte voor is. Vaak is dit niet het geval en blijft de verstandskies verscholen onder het tandvlees en meestal nog geheel in het kaakbot.
Ordontofobie
Angst voor de tandarts.
Orthodontie
is een specialisme in de tandheelkunde dat zich bezighoudt met het optimaliseren van de stand van tanden in de kaken door middel van beugels. De term orthodontie komt van de oud-Griekse woorden orthos (recht) en odontos (tand).
Orthodontist
Een orthodontist is een tandarts-specialist die na afronding van de tandheelkundestudie een 4-jarige fulltime-specialistenopleiding aan de universiteit heeft gevolgd. Een orthodontist houdt zich bezig met het bestuderen van de vorm, groei en ontwikkeling van het gebit en de kaken en het optimaliseren van de stand van het gebit en de kaken door middel van beugels (orthodontie). De termen orthodontist en orthodontie komen van de oud-Griekse woorden orthos (recht) en odontos (tand).
Orthopantomogram
Een Orthopantomogram (in de kaakchirurgie en tandheelkunde OPT, in de radiologie OPG geheten) is een röntgenfoto van de gehele kaak, inclusief de kaakgewrichten, die zo wordt genomen dat alle tanden en kiezen daarop te zien zijn. Zowel de röntgengevoelige plaat als het röntgenapparaat draaien om het hoofd van de patiënt. Het hoofd van de patiënt wordt daarom gefixeerd.
Osseointegratie
Osseointegratie is het proces waarbij het tandheelkundige implantaat ingroeit in het bot. Meer specifiek wordt hiermee bedoeld dat de botstructuren vast tegen het implantaat aanliggen zonder dat er een tussengroei van fibromateus weefsel is. Dit geeft als voordeel dat er een zeer stevige verankering is zodat er vrij aanzienlijke (kauw-)krachten op het implantaat kunnen worden uitgeoefend. Deze integratie gebeurt enkel bij zeer weefselvriendelijke materialen zoals bv. titanium.
- P
- Parapulpaire stift
Een 'wapening' in een grote vulling bij een tand of kies, om die vulling meer houvast te geven.
Parodontitis
De letterlijke betekenis is ontsteking (=itis) rondom (=para) de tand (=odont); oftewel de ontsteking van de weefsels rondom de tand.
Het is een bacteriële infectieziekte die ontstaat door ontstoken tandvlees oftewel gingivitis. In een verder gevorderd stadium kan het kaakbot erdoor worden aangetast, wat verlies van kiezen en tanden tot gevolg kan hebben.
Waar gingivitis vooral door de hoeveelheid tandplaque veroorzaakt wordt (maw dus van alle bacteriën), is parodontitis te wijten aan de activiteiten van specifieke bacteriën, zoals Actinobacillus actinomycetemcomitans, Treponema denticola, Porphyromonas gingivalis', Prevotella intermedia, ... Daarbij spelen ook nog eens verschillende andere factoren een rol, zoals: roken, systemische aandoeningen zoals diabetes en genetische factoren.De afbraak van bot wordt voornamelijk veroorzaakt door de lichaamseigen afweer tegen de bacteriën (onder andere Interleukine 1), die zich ook richt tegen het parodontium.
Parodontium
Het parodontium (of steunweefsel) van de tand bestaat uit de kaken (processus alveolaris), het wortelcement, met ertussen het periodontium en de aangehechte gingiva (=tandvlees).
Het periodontium (of wortelvlies) bestaat uit bindweefsel ligamentjes die de tand in de tandkast (=alveole) vasthouden. Verder bevat het periodontium zowel odontoblasten als cementoblasten en zijn er drukgevoelige receptoren aanwezig. Het periodontium vormt als het ware een schokdempende laag tussen de tand en de kaken
Parodontoloog
Een tandarts-Parodontoloog is een tandarts die zich gespecialiseerd heeft in de Parodontologie.
Dit is een zogenaamde horizontale specialisatie na het volgen van een master opleiding Parodontologie. Dit is een post-academische opleiding die 3 jaar duurt.
Parodontologie
is een term uit de tandheelkunde. Het betekent de leer (=logie) van hetgeen de tanden (=donto) omringt (=paro). Met andere woorden zijn dit de steunweefsels van de tanden en kiezen. Oftewel: het kaakbot, het tandvlees en het parodontale ligament.
Na de studie tandheelkunde kan een specialistische studie van drie jaar gevolgd worden tot tandarts-parodontoloog. Dit is een tweede universitaire mastertitel (om tandarts te worden dient men al een eerste mastertitel te behalen). De tandarts-parodontoloog wordt in Nederland dan erkend door de Nederlandse vereniging voor Parodontologie NvvP.
Perlèche
(cheilitis angularis), ook mondhoekragaden of mondhoekkloofjes genoemd, zijn kloofjes die ontstaan in de mondhoeken, bijvoorbeeld door een te kleine beethoogte. Hierdoor blijven de mondhoeken vochtig, wat irritatie van de huid in de mondhoeken veroorzaakt. Er ontstaan kloven die dan besmet worden met schimmels (Candida Albicans) en bacteriën.
Het komt nogal eens voor bij dragers van volledige mondprothesen, aangezien het alveolair been (=kaakbeen dat de vroegere tanden vasthield) met de tijd verdwijnt, en de patiënt steeds dieper kan bijten. Het verhogen van de mondprothese is dan het aangewezen middel.
Het komt ook voor in het vroege stadium van Aids.
Partiële prothese
Een prothese die niet alle gebitselementen in één kaak vervangt.
Pedodontologie
oftewel kindertandheelkunde: specifiek gericht op het behandelen van melktanden;
Periapicaal abces
Een periapicaal abces of tandabces is een lokale opstapeling van etter na weefseldood (necrose).
Een abces kan acuut zijn (pijn, zwelling, ...) of chronisch. Sommige mensen lopen jaren rond met een chronisch abces zonder dit te merken.Abcessen komen vaak voor bij tanden. Door ontstekingen, veroorzaakt door cariës en pulpadood, gaat er weefsel rond de tanden afgebroken worden, en vormt zich een abces. Door druk (via onder andere osmose) zal dit abces vergroten, verder bot afbreken en tot onder het periost komen, waar het leidt tot een pijnlijke zwelling.
Plaatprothese
Een prothese met kunststof basis.
Plak
De vernederlandste vorm van de wetenschappelijke term: tandplaque.
Plaque
Tandplak (ook tandplaque) is een dun, vaak onzichtbaar, kleverig laagje dat zich gedurende de dag op de gebitselementen afzet. Tandplak bestaat hoofdzakelijk uit voedselresten, slijm en bacteriën (onder andere melkzuurbacteriën) die de suikers en de koolhydraten in de mond afbreken tot zuur. Tandplak heeft ongeveer dezelfde kleur als de tanden en is daarom moeilijk te zien. Tandplak zit overal, dus óók tussen de gebitselementen. Tandplak kan eenvoudig verwijderd worden. Als tandplak niet dagelijks verwijderd wordt dan kan ze verkalken. Verharde tandplak wordt tandsteen genoemd. Tandsteen maakt het oppervlak ruwer waarop makkelijker tandsteen blijft zitten. Tandsteen kan alleen verwijderd worden door een mondhygiënist of tandarts.
Plaque-score
Het vastleggen van de kwaliteit van het schoonmaken na een kleurtest.
Pocketregistratie
Het vaststellen en noteren van de tandvleesdiepte (pockets) met behulp van een pocketmeter.
Pocketstatus
Het meten en vastleggen van terugwijkend tandvlees en splitsing van wortels van tanden en/of kiezen; het meten en vastleggen van loszittende tanden of kiezen.
Prothese Zie: Kunstgebit.
Pulpakamer
Het bovenste en wijdste gedeelte van het wortelkanaal of zenuwruimte.
Pulpanecrose
Pulpanecrose is het afsterven van de tandpulpa. Het komt meestal voor na chronische ontsteking van de tandpulpa. Deze ontsteking kan veroorzaakt worden door cariës of door chemische invloed van tandvullingmaterialen (bijvoorbeeld door composieten die te dicht bij de tandpulpa liggen), of door tandbreuk of tandoverbelasting. Ook door parodontitis kan de tandpulpa afsterven. Onbehandelde pulpanecrose leidt vaak tot een tandabces.
De behandeling van een genecroseerde tandpulpa bestaat in een kanaalbehandeling, waarbij het afgestorven weefsel weggenomen wordt, en de wortelkanalen gereinigd en verbreed worden, waarna de pulpakamer en de wortelkanalen hermetisch gevuld en afgesloten worden.
Pulpitis
Pulpitis is een ontsteking van de tandpulpa. Een gevolg van pulpitis is het optreden van kiespijn
Als de tandpulpa ontstoken raakt - wat pulpitis genoemd wordt - kan er hevige pijn ontstaan. Cariës is de meest voorkomende oorzaak van pulpitis. De bacteriën in de cariës produceren stoffen die giftig zijn voor de tandpulpa. Eerst wordt de tand gevoelig voor koude (alhoewel er ook nog andere oorzaken zijn voor tandgevoeligheid), in een later stadium wordt de tand vooral gevoelig voor warmte en tenslotte zal de tand hevige kloppende pijn geven die vooral 's nachts zal opkomen. De tand zal dan ook gevoelig worden bij het bijten (de patiënt heeft dan de indruk dat de tand te hoog zit, bij de onderste tanden). Maar een pulpitis kan nog andere oorzaken hebben o.a. toxische invloed van vullingsmaterialen bij te diepe caviteiten, door toxische invloed van bleekproducten, als gevolg van parodontitis, door tandbreuk, tandoverbelasting... .
Pulpitis kan bij vroeg ingrijpen, door het wegnemen van de oorzaak genezen (reversibele pulpitis). Slechts zelden overleeft de pulpa een acute pulpitis, en wanneer ze niet behandeld wordt gaat ze over in necrose (=afsterven van het pulpaweefsel) wat op zijn beurt een tandabces zal veroorzaken.
De tandarts moet bij irreversibele pulpitis overgaan tot een kanaalbehandeling, waarbij de tandpulpa (met zenuwen en bloedvaten) weggenomen wordt, gereinigd en verbreed wordt, waarna de pulpakamer en de wortelkanalen hermetisch gevuld en afgesloten worden.
- R
- Ragers
Met de tandenborstel kunt u de ruimten tussen de tanden en kiezen (de zg. interdentale ruimten) niet schoonmaken. Om tandvleesontsteking en gaatjes tegen te gaan, moet er niet alleen dagelijks tweemaal worden gepoetst, maar moeten ook deze ruimten 1 x per dag goed worden schoongemaakt. Dit kan gebeuren met tandenragers..Zijn de tussenruimten voldoende groot, dan zijn ragertjes (ook wel interdentaal- of spiraalborsteijes) hiervoor geschikt. Ragertjes zijn er in verschillende soorten en dikten. Er zijn (hand)ragertjes met een lange spiraalborstel en ragertjes met een kort borsteltje, die in een handvat of houder worden vastgezet.
Rebasen
Een nieuwe kunstharsbasis (voering) aanbrengen in een bestaande prothese. Uw mond verandert omdat uw kaken slinken. Uw kunstgebit blijft wel even groot. Er ontstaat dus ruimte tussen uw kunstgebit en uw kaak, waardoor uw gebit op den duur losser gaat zitten.
Rontgenfoto's
Röntgenfoto's zijn foto's die met behulp van röntgenstraling worden gemaakt. Röntgengolven dringen in meer of mindere mate door delen van het menselijk lichaam, zoals botten en spieren. Daarom kunnen röntgenfoto's worden gebruikt om een beeld te krijgen van de inwendige bouw van het menselijk lichaam.
Waarom maakt de tandarts foto's?
De tandarts onderzoekt de mond met een spiegeltje en een sonde (dit is het 'haakje'). Hiermee kan de tandarts echter alleen de buitenkant van de tanden en kiezen en het tandvlees zien. Soms is het nodig om ook 'in' de keizen en het kaakbot te kijken. Bijvoorbeeld omdat de tandarts vermoedt dat er gaatjes onder een vulling zitten.
Ook kan de tandarts zien of alle tanden en kiezen, die bij kinderen nog moeten doorbreken, aanwezig zijn. Verder worden röntgenfoto's gebruikt om de stand van de wortels van tanden en kiezen te bekijken, hoe de gezondheid van het kaakbot is en of er eventueel resten van tandwortels zijn achtergebleven in de kaak.Risico's
Bij het maken van röntgenfoto's bij de tandarts wordt een minimale hoeveelheid straling gebruikt. Hierdoor is de kans op nadelige gevolgen voor de gezondheid gering. De hoeveelheid straling is bijvoorbeeld te vergelijken met de hoeveelheid straling die u oploopt tijdens een wintersportvakantie van 14 dagen. Uiteraard moet bij straling, hoe gering ook, ieder keer het nut van de röntgenfoto afgewogen worden tegen de risico's van bestralen. De kans bestaat dan namelijk dat een ontsteking of een andere tandheelkundige afwijking niet of te laat ontdekt wordt.Rubberdam
De rubberdam, ook wel eens cofferdam genoemd, wordt in de tandheelkunde gebruikt om een tand of een groep tanden te isoleren. Hierdoor wordt het werkterrein droog gehouden, wat vooral nuttig is bij de endodontische tandheelkunde, en bij het gebruik van vochtgevoelige vulmaterialen zoals composieten. Het wordt ook gebruikt bij het bleken van tanden (bleaching), om het tandvlees te isoleren van de bijtende bleekproducten. Bij het gebruik van een rubberdam wordt tevens de patiënt beschermd tegen het inslikken van instrumenten.
- S
- Sealen
Sealen (afgeleid van het Engelse "to seal", wat voor "afdekken" of "verzegelen" staat) is in de tandheelkunde een behandeling waarbij op een kies in de groeven van het kauwvlak een laagje plastic wordt aangebracht met als doel de kies te beschermen tegen gaatjes. Dit wordt gedaan omdat in de groeven bacteriën zich makkelijk kunnen ophopen terwijl het lastig is om die groeven schoon te poetsen omdat de haren van een tandenborstel er niet goed bij kunnen. Deze behandeling wordt vooral toegepast bij kinderen omdat sealen het meest effectief is wanneer de kiezen net zijn doorgekomen. Niet alle kiezen van kinderen worden geseald, sealen gebeurt alleen als de groeven zo diep zijn dat de tandarts van mening is dat een sealing zin heeft.
Snijtand
In een menselijk gebit zitten acht snijtanden of incisieven, twee in ieder kwadrant. Zoals de naam al zegt, dienen snijtanden om voedsel af te "snijden" tijdens het kauwen. Om deze functie te kunnen vervullen hebben snijtanden een relatief scherpe snijrand. Om onderscheid te maken tussen de snijtanden die zich precies in het midden van de mond bevinden, en de snijtanden daarnaast, hebben deze verschillende benamingen.
Speeksel
Speeksel is een vloeistof die in de mond aangemaakt wordt door de speekselklieren. De vloeistof bestaat uit water, elektrolyten, slijm (mucines), verschillende enzymen, eiwitten en afweerstoffen.
Speekselvloed
speekselvloed of sialorrhoe of ook wel hypersalivatie is een aandoening waarbij de normale gemiddelde dagelijkse speekselproductie (ca 1,2 à 1,5 liter per dag) sterk overschrede wordt. Wanneer er echter te weinig speeksel geproduceerd wordt dan spreekt men van drogemond syndroom of xerostomie,
Spruw
Spruw kan verwijzen naar:
Candidiasis, een schimmelinfectie van mond of tong
Coeliakie, een aandoening van de dunne darm door overgevoeligheid voor gluten, ook wel "inheemse spruw" genoemd.
Tropische spruw, een darmaandoening die voornamelijk in de tropen en de subtropen voorkomt, ook wel "Indische spruw" genoemd.Stomatitis
Stomatitis is de naam die gegeven wordt aan een algemene ontsteking van de mondslijmvliezen.
- T
- Tand
Een tand is een harde, witte structuur in de mond.
Tandarts
Een tandarts is een medicus die zich bezig houdt met de tandheelkunde en deze in zijn volle omvang mag uitoefenen.
Tandartsen volgen een universitaire opleiding. Deze opleiding heeft een studieduur van 5 jaar (per 2007 6 jaar)Tandbederf
Langzaam voortschrijdende aantasting van het glazuur van het tandbeen.
Tandpulpa
De tandpulpa (ook nog tandmerg genoemd) is het binnenste van de tand. Ze bevat het meest levende deel van de tand, met bloedvaten en zenuwen en ook cellen die tandweefsel kunnen aanmaken de zogenaamde odontoblasten. Ze wordt omgeven door de dentine, waarin kleine zenuwuiteinden tot diep in de dentinekanaaltjes (dentinetubuli) uitlopen.
De tandpulpa kan ontstoken raken, wat pulpitis genoemd wordt en hevige pijn kan veroorzaken. Cariës is de meest voorkomende oorzaak van pulpitis. De bacteriën in de cariës produceren stoffen die toxisch zijn voor de tandpulpa. Eerst wordt de tand gevoelig voor koude (alhoewel er ook nog andere oorzaken zijn voor tandgevoeligheid), in een later stadium wordt de tand vooral gevoelig voor warmte en tenslotte zal de tand een hevig kloppende pijn geven die vooral ’s nachts opkomt. De tand zal dan ook gevoelig worden bij het bijten (men heeft dan de indruk dat de tand te hoog zit).
Tandtechnicus
Een tandtechnicus is iemand die tandheelkundige voorzieningen maakt voor het gebit van de patiënt. Hij/zij doet dit meestal in een tandtechnisch laboratorium in opdracht van een tandarts of ander tandheelkundig behandelaar, zoals kaakchirurg of orthodontist.
Het gaat dan vooral om implantaten, bruggen, kronen of kunstgebitten. Deze voorzieningen zijn individueel en uniek, en zij mogen — met uitzondering van orthodontische werkstukken (zoals beugels) — niet van echt te onderscheiden zijn.Tandzijde
Tandzijde, ook wel floss of flosdraad genoemd, bestaat uit zijden of nylon geweven draadjes die met een waslaag omgeven zijn. Tandzijde dient om de interdentale ruimtes (dit zijn de ruimtes tussen twee tanden) te reinigen en cariës te voorkomen.
Tongschraper
Een tongschraper is een instrument waarmee tongbeslag weggenomen kan worden. Dat gebeurt ten bate van de mondhygiëne: tongbeslag is een belangrijke oorzaak van een slechte adem (halitosis), zij het niet de enige. Een tongschraper werkt beter dan een tandenborstel, omdat met een borstel het meest beslagen deel van de tong - achteraan - niet bereikt kan worden. Tongschrapen is af te raden bij gladde (niet-harige, niet-beslagen) tongen en in geval van leukoplakie.
- V
- Verstandskies
Een verstandskies of wijsheidstand is een gebitselement bij de mens.
Een verstandskies zou zo heten omdat verstandskiezen pas laat opkomen, net als volgens sommigen het verstand. In ouder Nederlands sprak men ook wel van wijsheidskies. En in Belgisch-Nederlands is wijsheidstand nog steeds een gewoon woord. Verstandskies, wijsheidskies en wijsheidstand gaan terug op het Latijnse dens sapientiae, 'tand der wijsheid'. Dit verklaart ook waarom de woorden voor verstandskies in veel talen zo op elkaar lijken: veel medische termen zijn leenvertalingen uit het Latijn, dat lang de voornaamste wetenschapstaal was. Het zijn de laatste tanden die bij de mens doorkomen.Volwassen gebit
Het volwassen menselijk gebit (dentitie) heeft 32 blijvende tanden en kiezen (16 per tandenboog).
- W
- Wisselgebit
In de periode waarin de melktanden door definitieve tanden vervangen worden, spreekt men van een wisselgebit. Er zijn dan tanden van beide soorten in het gebit aanwezig. Bij de mens duurt het wisselgebit ongeveer vanaf het 5de tot het 14de jaar.
Whitening tandpasta
Whitening tandpasta kan door toevoeging van extra schuurmiddel gele aanslag op tanden verminderen. Hoewel sommige fabrikanten tegendeel beweren worden tanden er vaak niet significant witter van.
Wortelkanaal
De tanden bestaan uit een kroon en één of meer wortels. De kroon is het gedeelte dat boven het tandvlees zichtbaar is; de wortels zitten onder het tandvlees in de kaak verankerd. In iedere wortel loopt een kanaal, het wortelkanaal.
Wortelkanaalbehandeling
Een wortelkanaalbehandeling, ook wel kanaalbehandeling, endodontologische behandeling of zenuwbehandeling genoemd, is een tandheelkundige bewerking, waarbij de pulpa van het wortelkanaal van een tand of kies verwijderd wordt en de ontstane ruimte wordt opgevuld. Het gat dat de tandarts heeft moeten maken wordt daarna gevuld.
Wortelpuntontsteking
Een wortelpuntontsteking of periapicaalontsteking is een ontsteking ter hoogte van de wortelpunt van een tand of kies, ten gevolge van een niet behandelde genecroseerde tand of als gevolg van een (niet gelukte) wortelkanaalbehandeling.
Een niet-behandelde wortelpuntontsteking kan ontaarden in een tandabces met mogelijk een fistel die zich uit als een puistje op het tandvlees nabij de ontstoken wortelpunt.De behandeling van een wortelpuntontsteking bestaat in het maken van een degelijke wortelkanaalbehandeling, of door een herbehandeling van het wortelkanaal. Bij het falen van deze behandeling zal een apexresectie de enige oplossing bieden.
- Z
- Zenuwbehandeling
Verouderde term voor wortelkanaalbehandeling.
Zorgtoeslag
De tegemoetkoming die U, afhankelijk van Uw inkomen, kunt krijgen voor het betalen van de verzekeringspremie onder de nieuwe Zorgverzekeringswet van 1 januari 2006.
Zorgverzekeringswet
De nieuwe vorm van verzekeren tegen ziektekosten die met ingang van 1 januari 2006 het verschil tussen particulier en ziekenfonds deed vervallen.
Zuuraanval (gebit)
Een zuuraanval of 'zuurstoot' is de schadelijke aanval van bacteriën tijdens en direct na het eten op het gebit. De plak op tanden en kiezen wordt door deze bacteriën omgezet in melkzuur met een lage pH-waarde en kan het tandmateriaal aantasten. Dit oplossen van tandweefsel kan ook gebeuren doordat men zuur voedsel tot zich neemt. Dit proces wordt deminiralisatie genoemd.
Enige tijd na het eten zal de zuurgraad zich weer normaliseren en kunnen de opgeloste kalkzouten weer neerslaan in het tandweefsel (reminiralisatie). Als binnen die tijd weer iets gegeten wordt, krijgt het gebit niet de kans om te herstellen en kunnen gaatjes ontstaan. Bestaat er eenmaals een gaatje, dan kan dit niet meer door reminiralisatie hersteld worden.




